Menu Close

Teruggegeven aan de Heere / Returned to the Lord

       

Ik bad om dit kind, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb. Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan, 1 Samuël 1:27-28.

Er is in onze kerken een ernstig tekort aan predikanten. En, zoals ik uit verschillende kerkelijke kranten verneem, is dit tekort algemeen.

Dit tekort is “ernstig”. Dat klopt. Zolang ik leef, en dat is achtenzestig jaar, is het nog nooit zo geweest. Er waren altijd genoeg predikanten in de kerken waar ik de eredienst bijwoonde: in Nederland, Duitsland, Engeland en hier in de Verenigde Staten. Soms werd er zelfs gezegd, ook in onze eigen kerken, dat er te veel jonge mannen waren die het ambt van predikant wilden bekleden.

Maar die dagen lijken voorbij.

Er zijn genoeg jonge mannen in de kerk van Christus. Er zijn genoeg jonge mannen met een helder en scherp verstand. God wederbaart ook veel jonge mannen en schenkt hen bekering en geloof, zodat zij de naam van hun Heiland belijden.

Maar nee, zij geven zich niet aan het heilige ambt.

Het resultaat? Veel vacante kerken. Leesdiensten, soms wekenlang.

Is dat niet treurig?

Ik weet het, ik weet het, er is een makkelijke uitweg. Ik heb het al vaak gehoord. “God roept tegenwoordig geen predikanten meer.” Ontken ik dat God een predikant moet roepen? Natuurlijk niet. Ik zou zeggen dat iemand die predikant wordt zonder Goddelijke roeping, de ergste schurk is die je je kunt voorstellen. Wanneer deze ellendelingen op de dag des oordeels voor de grote rechterstoel komen, zullen zij God tot hen horen zeggen: “Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging en nietigheid en bedriegerij huns harten” (Jer. 14:14).

En Jezus zei: “Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt” (Matt. 7:22, 23).

Sommigen van deze ellendigen waren zelfs door Jezus geroepen, en zij profeteerden ook; maar niettemin werden zij uitgeworpen. Neem bijvoorbeeld Judas, en beef. Jezus riep hem, wetende dat hij een verworpene was, om een apostel van de Heere te zijn, om aan de hele wereld te laten zien dat, wanneer een verworpene heel dicht bij Jezus en het Evangelie komt, hij alle vuiligheid van zijn natuurlijke hart openbaart. Denk aan het teken, het duivelse teken: ‘Dien ik kussen zal, Die is het; grijpt Hem.’

Nee, ik sluit de Goddelijke roeping tot het ambt zeker niet uit.

Maar er is wat dit betreft veel meer te zeggen over een profeet, over een dienaar van het Woord. God werkt door middellijk.

Luister nog eens naar Jezus: “Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote” (Matt. 9:37, 38).

Wist Jezus niet dat een ware dienaar van het Woord zowel inwendig als uitwendig door God geroepen moet worden? Natuurlijk wist Hij dat. Hij weet alles.

Maar Jezus wist dat Zijn God en Vader door middelen werkt.

Het algemene middel is zeker dat de hele kerk tot de Heere van de oogst bidt dat Hij arbeiders in Zijn oogst zal uitzenden.

Het is duidelijk dat dit niet is gebeurd. En het is duidelijk dat dit al heel lang niet is gebeurd. Want de roeping van God begint al heel vroeg.

En dat brengt ons bij onze tekst.

O, geliefde lezer, Samuël was een prachtig voorbeeld van wat een profeet, een predikant, zou moeten zijn.

Zijn begin, voor zover het de middelen betreft, was zijn godvrezende moeder, Hanna.

Hier is Hanna: “Ik bad om dit kind!”

Er wordt wel gezegd dat achter elke grote man een grote vrouw staat. Als ik naar Hanna kijk, zou ik dat bijna geloven. Want groot was en is zij.

Hoeveel jonge meisjes die trouwen, kunnen net als Hanna zeggen: Ik bad om dit kind? Uit betrouwbare bron heb ik gehoord dat het soms juist het tegenovergestelde is: “We willen geen kinderen krijgen voordat we onze meubels hebben betaald!” Wat een verschil!

In Hanna zie je hoe God werkt door de middelen die Hij heeft ingesteld. We moeten bidden om Zijn zegeningen. De Heere gaf Hanna haar verzoek: het kind werd geboren. En terwijl ze in het openbaar haar strijd bekende, noemde ze hem Samuël. Die naam betekent: “Van God gevraagd.”

Maar dat is niet alles. Luister naar Hanna: “Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven”, of letterlijk: “hij die ik door mijn verzoek heb verkregen, zal aan de HEERE worden teruggegeven.”

Dat is het grote aan Hanna met betrekking tot haar verzoek en de gave van het kind. Hij zal aan de HEERE teruggegeven worden!

Wat betekent dat? Het betekent dat hij op de meest innige wijze aan de dienst van God gewijd zal worden: hij zal in het huis van God staan en Hem dienen in het Woord van God!

O, het is iets groots om kinderen van de HEERE te bidden. Het is ook iets groots als de HEERE u hoort en uw harten en armen met kinderen vervult. Het is onuitsprekelijk zoet als u uw vlees en bloed de naam van God in Zijn huis hoort belijden. Als zij dat doen, zingt er iets in uw harten.

Maar wat is er zoeter dan in de kerk te zitten en uw zoon het wonderbaarlijke Evangelie van de belofte te horen prediken?

Hoelang zal Samuël in het huis van zijn God blijven? Luister nog eens naar de godvrezende Hanna. Zij zal het u zeggen: “al de dagen die hij wezen zal”.

Ja, ik weet het, dat is een leerstuk van de kerk, van de ware kerk. De roeping van God is onberouwelijk. Eens een predikant, altijd een predikant. Maar het punt is dat deze eeuwige waarheid in het hart van deze moeder leefde.

Het was niet Samuël die het zei, maar zijn moeder. En het behoorde tot de middelen die God gebruikte.

Kunt u zich voorstellen hoe Hanna de kleine Samuël opvoedde? Ik wel. O, vaak, heel vaak vertelde ze hem in kindertaal hoe ze met de HEERE had geworsteld om deze zoon te krijgen en hoe ze een gelofte aan de Almachtige had gedaan. Vaak zei ze tegen hem: Ik heb de Heere, de God van Israël, beloofd dat je al de dagen van je leven in het huis van God zult zijn!

Geliefde moeders, Hanna bereidde haar zoon Samuël voor op een leven in Silo. Dat kun je zien. Toen hij keer op keer de roep van de Heere hoorde en niet wist wat het was, luisterde hij gehoorzaam naar het advies van Eli, en toen God opnieuw riep, zei hij: “Spreek, want Uw knecht hoort!”

Luister nu, geliefde lezer: die eerste woorden tot de Almachtige God werd het motto van zijn hele leven. Hoe luisterde hij naar de woorden van God! En Israël werd gezegend door deze dienaar van het Goddelijke Woord.

En de moeder werd gezegend. Als u wilt weten hoe groot haar zegen was, lees dan haar lofzang in 1 Samuël 2:1-10.

Deze moeder van een van de meest heerlijke dienaren aller tijden zingt nog steeds in het Gods paradijs.

En Samuël?

Welnu, de tekst zegt over hem: “En hij bad aldaar den HEERE aan.” Aanbidden is alle schoonheid van de Heere God opsommen, van Zijn majesteit vertellen, de hele dag van Zijn wonderen zingen. Het is dit doen voor het aangezicht van heel Israël, zodat ook zij de lof van de HEERE leren.

Aanbidden is ons eeuwige werk in de hemel hier op aarde beginnen.

Moeders! Dochters van Jeruzalem! Bent u niet jaloers op Hanna?

Elkana’s! Mannen van Israël! Zoekt u bruiden zoals Hanna? En als u haar gevonden hebt, gaat u dan samen met haar naar de troon der genade om onze Vader in de hemel om een Samuël te vragen?

Als u dat doet, zult u voor deze daad gezegend worden.

Alleen de eeuwigheid zal openbaren hoeveel gezegende dienaren er geboren zijn uit de strijd van een moeder in Israël.

Onthoud altijd: God gebruikt en zegent de middelen. Het is triest om te zeggen, maar er zijn veel moeders en vaders die zich terecht zorgen maken over hun kinderen, maar het is een zorg om hun vleselijke vooruitgang. Mijn zoon of zonen moeten een goede opleiding krijgen, de beste opleiding.

Ondertussen, terwijl hij studeert en worstelt om zich grondig voor te bereiden op zijn levensopdracht, komt er iemand aan de deur en vraagt om een gift voor God. Natuurlijk, natuurlijk, hier is een briefje van tien dollar. Je mag zelfs twintig dollar hebben! De Chinezen en de Afrikanen moeten zendelingen en predikanten hebben. Voor de theologische school? O ja, natuurlijk, hier is mijn donatie! Doe de professoren en studenten de hartelijke groeten! Maar mijn zoon? Nee, nee, nee! Mijn zoon wordt metselaar, timmerman, industrieel, een groot zakenman. Je mag mijn geld hebben, maar mijn zoon niet. Dat is nooit in me opgekomen, of… in mijn hart!

Ja, dat klopt. Het is nooit in mijn hart gekomen. Daar zit het probleem.

Zijn er godvrezende jonge mannen die dit lezen? Ja, het is laat op de kalender. Het is erg laat. Het had met je moeder moeten beginnen. Maar hoe zit het met de heilige bediening in je kerk? Maak je je geen zorgen over het feit dat we een schrijnend tekort aan predikanten hebben?

Zou het niet een hemel voor je zijn om te zeggen: “Spreek, want Uw knecht hoort”?

En de hemel, met zijn blijde engelen, zou zeggen: Amen!

The Standard Bearer, Juni 2025. Herdruk van 15 mei 1963, ds. G. (Gerrit) Vos

Voor meer Nederlandstalige artikelen, klik hier.

Show Buttons
Hide Buttons